... 0mdat
iedereen
anders is ...
Zo vol van zulk gespook is nu de lucht,
Dat geen meer weet hoe hij er aan ontvlucht.
Goethe, Faust, Tweede deel, vijfde bedrijf, Middernacht, Verzen 11410-11411, vertaling Nico van Suchtelen, Wereldbibliotheek, 1982.
Nun ist die Luft von solchem Spuk so voll
Daß niemand weiß wie er ihn meiden soll.
Freud citeerde het als epigraaf in zijn boek over de alledaagse psychopathologie: over de stommiteiten, fouthandelingen, versprekingen enzovoort, waar we allemaal wel eens tegenaan botsen. (Zur Psychopathologie des Alltags Leben, 1901).
De versregels bleven als geheugenis hangen. Een weerkerende spook-zin die telkens in mij opkomt als iemand me vertelt over de plagende angsten of muizenissen die vaak ’s avonds verschijnen. Het lijkt alsof de kamerlucht zich vult met (soms redelijk letterlijk) spoken of inbrekers; alsof het lichaam en de geest vollopen met zorgen die bij het ontwaken lang niet zo zwaar meer lijken.
Soms moeten we ook de nacht van ons afschudden.
Faust, vervolgt bovenstaande regels: “Of al de dag ons ons helder tegenlacht, In droomweefsels wikkelt ons de nacht.”
Over droomweefsel had Freud het uitgebreid in De Droomduiding (1900) die een jaar eerder verscheen. Á la mode du temps, de interesse in de fantastische wereld van de droom, werkte hij de eerste echte versie van zijn theorie uit over het onbewuste voor een publiek van wetenschappers (neurologen) en psychiaters. Hij, briljant neuroloog op zoek naar antwoorden op het psychische lijden, waagde zich op relatief nieuw terrein. Een terrein die een nieuwe taal behoefde.
Wetenschapper Freud leerde luisteren naar de verhalen die men hem vertelde en ontdekte een nieuwe wetenschap: de psychoanalyse. Wij controleren ons leven niet zo maar, het onbewuste beweegt ons minstens evenveel doorheen de wereld van mensen als ons bewuste in de-wereld-zijn. Luisteren en voorzichtig duiden verlichtten behoorlijk consequent de ontreddering waarmee zijn patiënten zich aandienden. Dat was nieuw: een individuele kuur die verlichting bracht.
Zijn theorie evolueerde maar hij bleef de wetenschapper van weleer: steeds weer op zoek naar een betere versie. De moderne psychoanalyse kent nog steeds veel aanhang. Sommige neurowetenschappers zoals prof. A. Bazan (bekend als columniste) slaagden er al in om sommige bevindingen van Freud wetenschappelijk te onderschrijven. Ons brein maakt het mens-zijn mogelijk maar valt het ermee samen?
Naast de vele volgers met vaak elk eigen inbreng en variaties, zijn er minstens evenveel criticasters. In elk geval leerde Freud ons (psychiaters, psychologen, psychotherapeuten, enz.) luisteren naar onze medemens en opende hij de weg tot wat we nu de psychologie en psychotherapie noemen.
Goethes Faust getuigt van het menselijke streven naar kennis, liefde, en macht; het gesukkel met het menszijn, het menselijke streven. Zovele jaren verder lijken wij, hypermoderne mensen, nog niets veranderd. Ons streven is nog steeds ontoereikend (met een knipoog naar B. Brecht).
We liggen nog steeds wakker van zorgen en spoken; Wan-hopend op betere tijden, terwijl de geschiedenis zich herhaalt als een griezelige farce.
Zo vol van zulk gespook is nu de wereld, dat geen meer weet hoe hij er aan ontvlucht…?
Lig van de parafrase maar niet wakker.